‘Ik weet eigenlijk niet wat er precies mis was vroeger. Er is niets héél ergs gebeurd. Maar ik voel me al zo lang niet echt goed.’
Omdat je maar één opvoeding meemaakt, is het moeilijk om te weten of jouw opvoeding je in negatieve (of positieve) zin heeft beïnvloed. Je bent immers geneigd om te denken dat wat jij meegemaakt hebt ‘normaal’ is. Als het niet fijn was in je gezin, zal je dat vast gemerkt hebben, maar vaak weet je niet precies wat er mis was of hoe erg het was.
Hoe herken je dat je opvoeding een negatieve invloed op je heeft? Je ziet het meestal niet terug in één duidelijke herinnering of gebeurtenis, maar in patronen die zich blijven herhalen in hoe je je voelt, over jezelf denkt en met anderen omgaat. De invloed van een onveilige jeugd werkt vaak langdurig door en kan zich op verschillende manieren uiten. In dit artikel worden een aantal veelvoorkomende gevolgen beschreven.

Dit artikel is gebaseerd op hoofdstuk 1 van Niet veilig thuis
Langere tijd niet lekker in de vel zitten
Mensen die een onveilige jeugd hebben gehad, hebben vaak al langdurig last van gevoelens van onbehagen. Dit varieert van spanning op de achtergrond tot een bijna altijd aanwezig gevoel van verdriet. Dit soort gevoelens kunnen het gevolg zijn van externe oorzaken, zoals problemen op werk of in je relatie, maar als de gevoelens er al heel lang zijn, zonder duidelijke oorzaken, is de kans groot dat ze iets met de omstandigheden in je jeugd te maken hebben.
Vaak negatief over jezelf denken
We spreken van een negatief zelfbeeld, als iemand vaker negatief over zichzelf denkt dan positief en als die negatieve gedachten eigenlijk onterecht zijn. Een laag zelfbeeld ontstaat in de jeugdjaren, omdat hoe je over jezelf denkt een gevolg is van hoe er door mensen in je opvoeding met je werd omgegaan. Veel mensen die onveilig opgroeide kampen met een negatief zelfbeeld. Het lastige hieraan is dat de negatieve gedachten heel geloofwaardig voelen, terwijl hier vaak na je jeugd weinig aanleiding meer voor is. Laag zelfbeeld kan er ook voor zorgen dat je je niet gezien of erkend voelt door de mensen om je heen. Vaak doen de mensen om je heen wel hun best, maar kan het niet goedmaken wat je in je jeugd tekort bent gekomen.
Langdurige somberheid
Bij mensen die onveilig opgroeien, begint een somber gevoel vaak al in de puberjaren, als gevolg van de omstandigheden in hun jeugd. Er zijn twee soorten somberheid: depressie en dysthymie. Bij een depressie voelt iemand zich heel somber, minder sociaal, is diegene passief en zou soms wel dood willen zijn. Iemand voelt zich dan op schaal van 0 tot 10 een 3 of lager. Dysthymie is een lichtere vorm van depressie. Iemand voelt zich langere tijd somber, maar dan op dezelfde schaal tussen de 4 en 6.
Aanhoudende angst en spanningsklachten
Angst- en spanningsklachten zijn een veelvoorkomend gevolg van een onveilige jeugd. Deze gevoelens kunnen zich op veel verschillende manieren uiten. Bijvoorbeeld bang zijn om door de mand te vallen, dat je iets ergs gaat overkomen of angst voor lichamelijke ziektes. Spanning toont zich juist vaak in het lichaam, bijvoorbeeld door hoofdpijn of in spieren. Bij beide klachten geldt dat als ze al lang aanwezig zijn, sinds de puberteit, dat ze waarschijnlijk het gevolg zijn van onveilige jeugdervaringen.
Patroon van kwetsbaarheid vermijden
Als iemand onveilig opgroeit, leert deze persoon dat hij zich niet kwetsbaar op kan stellen naar de mensen om zich heen. Dit kan zich uiten in vermijding of je sterker voor doen dan je bent. Gevolgen hiervan zijn moeite met fysieke intimiteit, je heel erg aanpassen aan anderen, je terugtrekken uit sociale situaties of juist snel boos worden en overschreeuwen.
Diverse stoornissen als gevolg van een onveilige jeugd
Een onveilige jeugd kan ten slotte voor uiteenlopende stoornissen zorgen. Als je in je jeugd weinig ruimte voelde om eigen autonomie uit te oefenen, kan dit zich uitten in een eetstoornis. Ook kan bij psychotische klachten een onveilige jeugd ten grondslag liggen. Daarnaast hebben mensen die een onveilige jeugd meemaakten, in het specifiek ernstig seksueel misbruik soms last van dissociatie of zelfs een dissociatieve identiteitsstoornis. Dit is een copingstijl waarbij iemand nare ervaringen opslaat in een ander deel van het geheugen. Zo voelt het alsof de ervaringen jouzelf niet overkwamen.
Daarom is dit boek belangrijk
In Niet veilig thuis laat psychotherapeut Martijn Stöfsel zien:
- wat vroegkinderlijke traumatisering precies is
- hoe deze patronen in je jeugd ontstaan
- waarom ze zich blijven herhalen in je volwassen leven
- én – minstens zo belangrijk – hoe herstel mogelijk is
Dit boek is geen beschuldigend boek over ouders. Het is een helder en compassievol boek over begrijpen. Begrijpen waarom je reageert zoals je reageert. Waarom je voelt wat je voelt. Waarom je soms vastloopt. En vooral: hoe je stap voor stap meer regie kunt krijgen over je leven.
Met uitleg, herkenbare voorbeelden en concrete handvatten helpt Niet veilig thuis je om het verleden niet langer je toekomst te laten bepalen.



