Je stelt een vraag aan de groep en wacht. Op je scherm zie je zeven gezichten. Niemand reageert.
In een fysieke behandelkamer zou je als therapeut waarschijnlijk meer informatie hebben. Misschien zie je iemand naar adem happen, naar een groepsgenoot kijken of onrustig op zijn stoel schuiven. Online is veel van die informatie minder goed zichtbaar. Daardoor is het lastiger om in te schatten of iemand nadenkt, aarzelt om iets te zeggen of simpelweg wacht tot een ander reageert.
Na een halve minuut benoem je de stilte. Je vertelt de groep dat je online minder goed kunt zien wat er gebeurt. Dat lucht zichtbaar op. Een deelnemer zegt dat ze wel wilde reageren, maar bang was iemand anders in de rede te vallen. Een ander dacht dat het geluid misschien was weggevallen. Zodra bespreekbaar wordt wat er op het scherm gebeurt, komt het gesprek weer op gang.
Het is een klein voorbeeld van wat online groepstherapie anders maakt. De basis van groepsbehandeling verandert niet. Verbinding, wederzijdse steun en gezamenlijke groei blijven centraal staan, maar de manier waarop die verbinding ontstaat, verandert wel. Online zie je minder vanzelfsprekend wat er tussen deelnemers gebeurt. Daardoor moet je vaker navragen, benoemen en expliciet verbinden.

Voorpublicatie van Online groepstherapie, gebaseerd op hoofdstuk 2 van het boek.
Minder zien, meer navragen
Wie via een scherm met anderen praat, ziet veel en mist tegelijkertijd veel. Het gezicht van een cliënt is vaak goed zichtbaar, soms zelfs beter dan in een grote behandelkamer. Maar lichaamshouding, handen, voeten en kleine bewegingen vallen gemakkelijk buiten beeld. Daardoor kun je een ander beeld krijgen van wat er bij iemand speelt.
Stel dat een cliënt tijdens een diagnostisch gesprek rustig vertelt over hevige paniekaanvallen. Haar stem klinkt vlak en haar gezicht blijft kalm. Wanneer je benoemt dat je weinig van de angst ziet, vertelt ze dat ze op haar handen zit. Die trillen voortdurend. Pas wanneer ze haar camera verder naar achteren zet, wordt ook de rest van haar lichaam zichtbaar, gespannen en veel minder kalm dan haar gezicht deed vermoeden.
Zo’n moment laat zien waarom online werken een andere manier van observeren vraagt. Je moet jezelf geregeld afvragen: wat zie ik niet?
Soms betekent dat praktisch dat je iemand vraagt wat verder van de camera te gaan zitten. Maar het gaat ook om bewuster luisteren naar stemgebruik, stiltes en veranderingen in gezichtsuitdrukking. Wat je niet goed kunt waarnemen, zul je vaker moeten navragen
Oogcontact werkt ook anders. Als je tijdens een videogesprek naar het gezicht van de ander kijkt, kijk je voor diegene meestal net onder de camera. Door tijdens het spreken af en toe bewust in de cameralens te kijken, kun je de indruk van direct oogcontact versterken. Tijdens het luisteren kun je je aandacht weer naar het gezicht op het scherm verplaatsen. Vooral bij een begroeting, een empathische reactie of een belangrijk moment kan dat het gevoel van persoonlijk contact versterken.
Daarbij krijgt non-verbale communicatie meer gewicht. Een iets warmere toon, nadrukkelijkere gezichtsuitdrukking of zichtbaar handgebaar kan helpen om contact te maken waar subtielere signalen via het scherm verloren gaan.
Maak het impliciete expliciet
Een belangrijk verschil met fysieke groepstherapie is dat je online meer expliciet moet maken wat er in de groep gebeurt. Signalen die in een behandelkamer vanzelf opvallen, zijn via een scherm minder goed zichtbaar. Daardoor vraagt het meer van jou om stiltes te duiden, deelnemers met elkaar te verbinden en woorden te geven aan wat je wel en niet kunt zien tijdens de sessie.
Dat kan heel concreet zijn: een stilte benoemen, navragen wat er bij deelnemers gebeurt of expliciet maken wat twee groepsleden bij elkaar oproepen. Waar je in een fysieke ruimte soms kunt vertrouwen op wat je ziet of aanvoelt, moet je online vaker hardop onderzoeken wat er gaande is.
Dat geldt ook voor het einde van een sessie. In een fysieke groep ontstaat na afloop vaak vanzelf een overgang. Mensen staan op, pakken hun jas, schuiven een stoel aan of praten nog kort na. Online kan een intensieve sessie eindigen met één klik.
Voor sommige groepen helpt daarom een bewust afsluitritueel: een korte reflectieronde, een moment stilte of simpelweg expliciet bespreken wat deelnemers nodig hebben voordat ze weer verdergaan met hun dag.
Maar ook daar is geen universele oplossing voor. Sommige deelnemers vinden het abrupte karakter van online afscheid juist prettig. Geen smalltalk, geen onduidelijk moment waarop je moet vertrekken, maar een helder einde. Ook het afscheid wordt zo onderdeel van het gesprek.
De techniek zit niet buiten de therapie
Voor online groepstherapie moet de technische basis op orde zijn. Een stabiele verbinding, goed geluid, een camera op ooghoogte en een rustige ruimte zijn essentieel Ze maken het mogelijk om je aandacht bij het groepsproces te houden.
Maar techniek is meer dan een praktische randvoorwaarde. Hoe iemand omgaat met videobellen, inloggen of een storing kan ook iets laten zien over de manier waarop die persoon reageert op onzekerheid en spanning.
Tijdens een intake lukt het een cliënt bijvoorbeeld niet om verbinding te maken. Hij raakt in paniek en stuurt berichten dat hij niet begrijpt hoe het programma werkt. Je besluit het gesprek telefonisch voort te zetten. In dat gesprek vertelt hij over zijn faalangst, perfectionisme en de neiging om situaties te vermijden wanneer iets niet direct lukt. De mislukte technische start blijkt daarmee meteen relevante informatie op te leveren voor de behandeling.
Dat betekent niet dat je iedere haperende webcam psychologisch moet interpreteren. Wel kan het nuttig zijn om niet alleen het technische probleem op te lossen, maar ook nieuwsgierig te blijven naar de ervaring eromheen. Wat gebeurt er met iemand als de verbinding wegvalt? Wordt die boos, beschaamd, machteloos of juist onverschillig? Wat doet het met de groep wanneer iemand plotseling verdwijnt? Online groepstherapie maakt technologie daarmee onvermijdelijk onderdeel van wat er in de groep gebeurt.
Ook een digitale wachtkamer kan iets laten zien van de groepsdynamiek. Sommige deelnemers zoeken vanzelf contact, terwijl anderen afwachten of zich juist terugtrekken. Door bij de start kort te vragen hoe het wachten was, kan daar onverwacht iets relevants uit naar voren komen. Zo kan iemand vertellen dat hij zich buitengesloten voelde toen anderen al met elkaar in gesprek waren, terwijl een ander merkte dat de spanning haar juist naar haar telefoon deed grijpen. De wachtkamer wordt daarmee meer dan alleen een praktische tussenruimte.
Afstand is niet alleen een gemis
Een veelgehoorde gedachte over online therapie is dat er door het scherm minder contact of nabijheid zou zijn. Dat kan zo worden ervaren, maar het beeld is genuanceerder.
Voor sommige cliënten maakt fysieke nabijheid contact juist moeilijker. De aanwezigheid van meerdere mensen in één ruimte, hun emoties en lichaamstaal kunnen overweldigend zijn. Een scherm creëert dan afstand, en precies die afstand kan veiligheid bieden.
Een cliënt die in fysieke groepen steeds uitviel omdat de emoties van anderen te intens binnenkwamen, kan online bijvoorbeeld meer ruimte ervaren om bij zichzelf te blijven. Een andere deelnemer kan precies tegenovergesteld reageren: die mist juist de warmte en energie van samen in één ruimte zijn en voelt zich online eerder geïsoleerd. Beide reacties zijn therapeutisch informatief.
Online contact is niet vanzelf meer of minder nabij dan contact in een behandelkamer. De afstand werkt voor iedere deelnemer anders. De therapeutische vraag is daarom niet alleen of afstand prettig of onprettig is, maar wat die afstand voor deze deelnemer mogelijk maakt of juist bemoeilijkt.
Online therapie brengt bovendien iets mee wat in een behandelkamer meestal buiten beeld blijft: de eigen leefomgeving van deelnemers. Een huiskamer, slaapkamer of werkkamer schuift letterlijk de therapiesessie binnen. Daardoor wordt de scheiding tussen de behandelruimte en het dagelijks leven kleiner.
Soms levert dat afleiding op. Maar het kan ook extra informatie en nabijheid opleveren. Een voorwerp op de achtergrond, een huisdier dat langskomt of de plek waar iemand ervoor kiest om te zitten, kan aanleiding zijn voor gesprek. Je krijgt zo een blik in een omgeving die anders meestal buiten de behandeling blijft. Juist daarom vraagt online werken ook om extra zorgvuldigheid rond grenzen: niet alles wat zichtbaar wordt, hoeft automatisch therapeutisch materiaal te worden.
Digitale functies kunnen contact versterken én verstoren
Videobelprogramma’s bieden inmiddels allerlei mogelijkheden. Scherm delen, digitale whiteboards en break-outrooms kunnen een sessie ondersteunen, maar alleen wanneer je ze doelgericht gebruikt.
Scherm delen is bijvoorbeeld handig bij psycho-educatie of om een schema te laten zien. Tegelijk kan het de groep tijdelijk uit elkaar trekken. Wanneer een presentatie het grootste deel van het scherm vult, worden groepsleden teruggebracht tot kleine vakjes. De inhoud komt letterlijk tussen de deelnemers in te staan.
Je kunt tijdens een uitleg bijvoorbeeld merken dat de aandacht verslapt. Een groepslid zegt dat ze vooral nog het gedeelde scherm ziet en het contact met de andere groepsleden mist. Je kunt je werkwijze dan aanpassen: kort iets tonen, het model uitleggen en daarna het gedeelde scherm weer afsluiten zodat de groep elkaar opnieuw volledig kan zien.
Break-outrooms kunnen juist het tegenovergestelde effect hebben. In kleine groepjes of tweetallen kan het contact directer worden. Voor sommige deelnemers is dat spannend, omdat ze zich minder gemakkelijk op de achtergrond kunnen houden. Maar juist daardoor kan ook meer openheid ontstaan.
De relevante vraag is dus niet alleen welke digitale functie handig is, maar vooral: wat doet die functie met het contact in de groep?
Een eigen therapeutische ruimte
Online groepstherapie is geen uitgeklede versie van een groep in een behandelkamer. Het is een eigen therapeutische ruimte, waarin sommige signalen verdwijnen en andere juist zichtbaar worden. Wie aandacht heeft voor wat het scherm doet met afstand, contact, stilte en groepsdynamiek, kan die digitale omgeving actief inzetten in de behandeling. Dat vraagt niet om een compleet andere therapeut, maar wel om bewuster kijken, explicieter verbinden en vooral nieuwsgierig blijven naar wat er tussen de schermen gebeurt.

Lees meer in Online groepstherapie
Online groepstherapie biedt nieuwe mogelijkheden, maar brengt ook specifieke uitdagingen met zich mee. Hoe zorg je voor verbinding, veiligheid en een effectieve groepsdynamiek via een scherm? In Online groepstherapie delen Bram van der Boom, Marieke van Meeteren, Roel Pietersen en Pepijn Steures hun kennis en praktijkervaring. Met wetenschappelijke inzichten, praktische handvatten en uitgewerkte behandelprotocollen helpen zij therapeuten om online groepsbehandelingen vorm te geven.


