Trauma klinkt vaak als iets groots en zichtbaars. Een ingrijpende gebeurtenis, een duidelijk ‘voor’ en ‘na’. Maar voor veel lhbtq’ers kan trauma juist veel stiller ontstaan. Niet door één moment, maar door jarenlang aanvoelen dat een belangrijk deel van jezelf beter verborgen kan blijven. Een opmerking aan tafel. Een grap op het schoolplein. Een afkeurende blik. Of juist het ontbreken van woorden, voorbeelden en rolmodellen. Wie als kind nergens terugziet dat liefde, verlangen of gender ook anders kunnen zijn dan de heteronorm, kan al vroeg de boodschap meekrijgen: dit deel van mij hoort er niet bij.
In Het maakt wél uit. Lhbtq in de spreekkamer* laat psychotherapeut en seksuoloog Joe Kort zien hoe belastend dat kan zijn. Niet omdat lhbtq-zijn op zichzelf problematisch is, maar omdat veel kinderen en jongeren opgroeien in een omgeving waarin hun identiteit onveilig, ongewenst of onbespreekbaar voelt.

De schade van stilte
Veel lhbtq-kinderen groeien op zonder taal voor wat ze voelen. Er wordt niet over gepraat, er zijn weinig positieve voorbeelden en soms is er alleen aandacht voor lhbtq-zijn in de vorm van grapjes, ongemak of afwijzing. Ook als niemand letterlijk zegt dat je verkeerd bent, kan de boodschap toch duidelijk zijn: hierover zwijgen we.
Dat zwijgen doet iets met een kind. Het kan leiden tot voortdurende zelfcontrole. Wat zeg ik wel? Wat laat ik niet merken? Naar wie kijk ik? Welke vragen ontwijk ik? Zo wordt jezelf verbergen een gewoonte, soms al lang voordat iemand precies weet waar die zich voor verbergt.
Leven met een geheim
In de kast blijven is niet simpelweg ‘iets nog niet vertellen’. Voor veel lhbtq’ers betekent het jarenlang leven met spanning. Steeds opnieuw inschatten wat veilig is, wie te vertrouwen is en wat er kan gebeuren als de waarheid naar buiten komt. Die constante alertheid kan sporen nalaten. Sommige mensen trekken zich terug. Anderen vlakken hun gevoelens af of vinden het moeilijk om iemand dichtbij te laten komen. Verlangen, verliefdheid en kwetsbaarheid kunnen beladen raken, omdat ze verbonden zijn met schaamte of gevaar.
Ook coming-out is daarom niet altijd de eenvoudige bevrijding die er soms van wordt gemaakt. Natuurlijk kan openheid opluchten. Maar het kan ook oude angst wakker maken. Word ik nog geaccepteerd? Verlies ik mijn familie of vrienden? Kan ik mezelf zijn op mijn werk? Voor sommige mensen zijn die risico’s heel reëel.
Als afwijzing een innerlijke stem wordt
Wie jarenlang negatieve boodschappen meekrijgt, kan die gaan geloven. Afwijzing van buiten wordt dan een stem vanbinnen. Ik ben minder waard. Ik moet me aanpassen. Mijn liefde is ingewikkeld. Als mensen echt weten wie ik ben, raak ik ze kwijt.
Kort noemt dit cognitieve vervormingen: gedachten die door trauma gekleurd zijn. Tegelijkertijd waarschuwt hij ervoor om angst niet te snel als irrationeel weg te zetten. Voorzichtigheid ontstaat vaak niet uit het niets. Wie eerder is afgewezen, uitgelachen of bedreigd, heeft geleerd op signalen van gevaar te letten.
De gevolgen kunnen op allerlei manieren zichtbaar worden: afzondering, moeite met vertrouwen, kortstondige relaties, genoegen nemen met te weinig, zelfverwijt of juist een sterke preoccupatie met seks. Zulke patronen zijn niet ‘typisch lhbtq’. Ze zeggen niets over seksuele gerichtheid of genderidentiteit zelf. Ze zeggen iets over de omstandigheden waarin iemand heeft moeten opgroeien.
Overleven door je aan te passen
Mensen vinden manieren om met pijn en spanning om te gaan. De een stort zich op werk, studie of prestaties en probeert het perfecte kind, de succesvolle professional of de aangepaste partner te zijn. Een ander duwt gevoelens weg en merkt later dat het tonen van verdriet of kwetsbaarheid, of het aangaan van een liefdevolle relatie, moeilijk is geworden.
Soms voldoen mensen extra aan traditionele verwachtingen rond mannelijkheid of vrouwelijkheid, om vooral niet op te vallen. Soms leren mensen dat niet-voelen het veiligst voor hen is. Op die manier kunnen ze zelfs afgesneden raken van hun emoties en lichamelijke sensaties. Die strategieën hielpen om door te gaan. Maar wat ooit bescherming bood, kan later in de weg gaan zitten. Bijvoorbeeld in relaties, seksualiteit, zelfbeeld of het vermogen om je open te stellen voor werkelijk contact.
Woorden geven aan wat lang onuitgesproken bleef
Veel lhbtq’ers herkennen hun eigen ervaringen niet meteen als trauma. Ze denken: het viel wel mee. Ik ben niet mishandeld. Niemand heeft me letterlijk verstoten. Of: ik ben nu toch uit de kast?
Maar trauma zit niet alleen in wat er expliciet is gebeurd. Het kan ook zitten in wat jarenlang niet gezegd, niet gezien en niet erkend werd. In het voortdurend scannen van je omgeving. In het gevoel dat je pas veilig bent als je een deel van jezelf achterhoudt. Daarom is het belangrijk dat therapeuten, ouders, partners en vrienden verder kijken dan het moment van coming-out. Wat ging daaraan vooraf? Welke boodschappen kreeg iemand mee?
Opgroeien als lhbtq’er hoeft geen trauma te zijn. Maar opgroeien in een wereld waarin je leert dat jouw liefde, identiteit of verlangen verzwegen moet worden, kan diepe sporen nalaten. Herstel begint met woorden geven aan het onuitgesprokene, in een wereld waarin lhbtq’ers niet hoeven te kiezen tussen veiligheid en zichzelf zijn.
* De afkorting lhbtq geeft niet alle schakeringen weer die er zijn. Na overleg met de auteur, de meelezers en de vertaler hebben we gemeend dat deze afkorting een adequate verwijzing is naar de mensen die in dit boek worden besproken. Elk boek is onderhevig aan nieuwe inzichten en verjaring, en geen enkel boek kan het laatste woord, of de volmaakte representatie zijn voor iedereen. Dit boek is één stap, we hopen dat er nog vele zullen volgen.
Lees meer hierover in Het maakt wél uit
Therapeut Joe Kort schreef dit boek voor zijn collega’s, maar ook voor mensen die niet ‘hetzelfde’ zijn, maar zichzelf. Zonder te vervallen in vakjargon en diagnoses geeft hij advies aan therapeuten, coaches en behandelaars én geeft hij woorden aan mensen die misschien altijd dachten dat het aan hen lag.



