Dagelijks zijn er jongeren die in een psychiatrische crisis raken en daarin in levensbedreigende situaties (dreigen te) raken. Zij ervaren ernstige en aanhoudende mentale klachten, zoals voedselweigering, dwang, zelfbeschadigend gedrag, suïcidaliteit, en hebben vaak al verschillende behandelingen gehad. In het boek Crisisinterventie bij jongeren wordt dit klachtenpatroon aanhoudende sociaal-emotionele problematiek genoemd. Deze problematiek brengt niet alleen de jongeren, maar ook hun ouders en de betrokken zorgverleners in situaties waarin ze zich machteloos en hopeloos kunnen voelen. Hoe kun je hiermee omgaan? Auteurs Pierre Herpers en Conny Neumann geven een introductie op het boek.
Crisisinterventie bij jongeren biedt een leidraad voor de ondersteuning van jongeren en hun ouders, met name wanneer het gaat om terugkerende crisissituaties. Hier is nog weinig over geschreven, terwijl er nog veel vragen bestaan rondom deze problematiek, zowel binnen de gezinnen als bij zorgverleners.

Denk jij aan zelfdoding? Praat erover! Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via www.113.nl
Begrijpen wat er speelt
Bij jongeren met aanhoudende sociaal-emotionele problematiek is er, als er niet wordt ingegrepen, regelmatig een risico op overlijden op korte termijn. Deze jongeren lijken onvoldoende baat te hebben bij bestaande behandelmogelijkheden zoals gedragstherapeutische behandelingen, traumabehandeling en medicatie. In dit boek proberen we aan de hand van een holistische theorie (dat wil zeggen: een hypothese over de samenhang van factoren die een rol spelen in de aanwezige problematiek) op groepsniveau handvatten te bieden voor een beter begrip van de problematiek en voor het omgaan met de moeilijke situaties waarin jongeren, ouders én zorgverleners regelmatig terechtkomen.
Hoe kom je uit de machteloosheid?
Als het gezin hulp zoekt en er geen verbetering optreedt, ervaren de jongere en ouders dat de zorgverleners met dezelfde machteloosheid kampen. Het uitblijven van verbetering leidt bij de jongere, bij ouders en bij behandelaars ontegenzeggelijk tot het idee persoonlijk te falen en tot machteloosheidsgevoelens. Deze gevoelens van machteloosheid en radeloosheid worden bij de jongere soms vertaald naar een doodswens. Ouders vertalen hun machteloosheidsgevoelens naar hulpzoekend gedrag en zorgverleners naar het bieden van hulp en pogingen om de ervaren problemen op te lossen.
Om uit de machteloosheid te komen is het nodig om de jongeren én hun ouders te begrijpen. Wat speelt er bij hen? Wat maakt de problematiek zo hardnekkig? En vooral, wat kun je eraan doen? Dit boek reikt geïntegreerde concepten aan die het machteloze en hulpeloze gevoel kunnen voorkomen, dan wel verminderen bij zorgverleners, ouders en, zo mogelijk, jongeren. Het doel is om meer verbinding te creëren tussen ouders en kinderen, tussen zorgverleners en zorgvragers en tussen zorgverleners onderling. Alleen zo maakt de machteloosheid plaats voor vertrouwen en kunnen jongeren en ouders daadwerkelijk stappen maken naar herstel.
‘[Jongeren] denken vaak dat zij de enige zijn met dit soort problematiek en met dit boek willen we duidelijk maken dat dit niet zo is.’
Voor wie is dit boek bedoeld?
Dit boek is in eerste instantie bedoeld voor zorgverleners en andere professionals die met jongeren werken. Hierbij gaat het niet alleen om zorgverleners in het (psychiatrische) crisiswerk, maar ook zorgverleners daarbuiten, zoals in de jeugdhulp. Dit boek is ook bedoeld voor andere beroepsgroepen die met jongeren werken, zoals docenten en kinderrechters. In tweede instantie richt dit boek zich op ouders. Zij spelen een onmisbare rol in de behandeling. Ouders die dit willen, kunnen met dit boek hun kennis en inzicht vergroten. In derde instantie is dit boek aan de betrokken jongeren gericht. Ze denken vaak dat zij de enige zijn met dit soort problematiek en met dit boek willen we duidelijk maken dat dit niet zo is. In vierde instantie richt dit boek zich op wetenschappers. Zij spelen een belangrijke rol in het ontrafelen van oorzakelijke factoren, onderliggende fenomenen, uitingsvormen en mogelijke interventies. Dit boek kan hen helpen om hypotheses voor verder onderzoek te formuleren. Er is nog altijd meer onderzoek nodig om aanhoudende sociaal-emotionele problematiek passend te behandelen.
Hoe is dit boek opgebouwd?
Het boek is opgebouwd uit vier delen:
Deel I Crisis
In deel I staan we stil bij crisissituaties. We verkennen waar dit boek over gaat, de terminologie van de problematiek, het belang van een holistisch model en voor wie en waarom we dit boek geschreven hebben. Daarna gaan we in op kernelementen van een psychiatrische crisis en proberen we te begrijpen wat een crisis voor mensen betekent. Vervolgens bespreken we de diversiteit aan disfunctioneel gedrag dat in crisissituaties kan worden gezien.
Deel II Aanhoudende sociaal-emotionele problematiek
In deel II ligt de nadruk op normale en abnormale ontwikkelingsfactoren die leiden tot aanhoudende sociaal-emotionele problematiek. Om deze problematiek te begrijpen schetsen we de rol van opvoedingsfactoren in de ontwikkeling van emotieregulatie. We beschrijven we een holistische theorie over de complexe processen die een rol lijken te spelen in de ontwikkeling van ernstige aanhoudende sociaal-emotionele problematiek. Sociale angst en sociale angststoornis lijken in relatie te staan tot internaliserende mentale gezondheidsproblemen. Sociale angstklachten staan bij aanhoudende sociaal-emotionele problematiek maar zelden zichtbaar op de voorgrond, waardoor hier meestal niet direct de aandacht naar uitgaat. Daarnaast zijn er veel leken- en vaktermen die de indruk geven dat het gaat om problematiek van een andere aard, zoals perfectionisme, negatief zelfbeeld, of neuroticisme. Om effectievere behandeling te kunnen ontwikkelen is het belangrijk om te komen tot eenduidige terminologie.
Deel III Crisisinterventie
In deel III verkennen we crisisinterventie. We leggen uit waarom crisisinterventie meer is dan de som der delen en staan we stil bij algemene principes van crisisinterventie, gespreksvoering en het belang van procesmatig werken. We gaan ook in op de uitdagingen waar jongeren, ouders en zorgverleners voor komen te staan als gevolg van het aanhoudende karakter van aanhoudende sociaal-emotionele problematiek. Het gaat dan vooral om het belang van het herstel van verbinding, vertrouwen en verantwoordelijkheden tussen de jongere en haar ouders. Vervolgens bespreken we de therapievormen die regelmatig worden toegepast, zoals medisch-psychiatrische interventies, psychologische interventies en systemische interventies. Maar wat te doen als al die pogingen om te komen tot verbeteringen niet willen lukken? We besteden aandacht aan verschillende situaties met eventuele mogelijke oplossingsrichtingen.
Deel IV Macro-aspecten
Het laatste deel, deel IV richt zich op de randvoorwaarden die nodig zijn voor een goede organisatie van de hulpverlening. In het laatste hoofdstuk bespreken we de reikwijdte van het ontwikkelingsmodel en de consequenties van het model voor psychiatrische crisisinterventie. Vanuit het besef dat we nog lang niet alles weten over aanhoudende sociaal-emotionele problematiek en psychiatrische crisisinterventie staan we stil bij een aantal uitdagingen in de behandeling en daarmee ook in de wetenschap.
Verder lezen: Crisisinterventie bij jongeren
Aanhoudende sociaal-emotionele problemen van jongeren drukken zwaar op een gezin. Denk aan: internaliserende problematiek, zoals angst- of dwangklachten en eetproblemen, zelfdestructief gedrag als krassen of zelfmoordpogingen, en externaliserende problematiek waarbij agressie komt kijken. Voor sommige jongeren werkt hulp hierbij onvoldoende en ontstaat de ene crisissituatie na de andere. Niet alleen de jongere zelf en het gezin voelen zich machteloos, maar de betrokken zorgverleners soms ook.



