Parenting ourselves van Susan Bögels is een boek over thuiskomen bij jezelf. Vanuit inzichten uit schematherapie, mindfulness, zelfcompassie en boeddhisme laat Bögels zien hoe ervaringen uit onze jeugd – én die van eerdere generaties – doorwerken in ons volwassen leven. Het boek helpt lezers om hun innerlijke kind beter te begrijpen, oude patronen te herkennen en een veilige innerlijke basis te ontwikkelen.
Met praktische oefeningen, meditaties en herkenbare voorbeelden biedt Parenting ourselves handvatten voor iedereen die beter voor zichzelf wil zorgen, patronen wil doorbreken of meer rust en verbinding wil ervaren – in zichzelf én in relaties met anderen.
Lees hieronder de introductie van het boek Parenting ourselves van Susan Bögels.

Thuiskomen bij jezelf
Als de dag van gisteren herinner ik me de achttienjarige die ik ooit was, die het ouderlijk huis verliet en verhuisde naar een zolderkamer in de grote stad. De geur van de rieten tegelvloer die ik met een bakfiets bij de outlet haalde en alle trappen opsjouwde, de zolderkast waar ik een bedstee van maakte met een op maat gesneden matras, de binnenwanden die ik blauw schilderde met witte wolken. En ik was ook echt in de wolken, ik was volwassen, ik was vrij! Ik herinner me hoe ik naar de eerste ontmoeting met mijn mentorgroepje van de introductieweek van mijn studie wandelde, met de handen in de zakken van mijn zelfgemaakte zwarte pofbroek, zwart-wit gestreept shirt met brede boothals erboven, Connie Palmen-kapsel, stoer en mooi voelde ik me, vol van verwachting over wat mijn nieuwe leven zou gaan brengen. Ik keek niet meer terug, alleen maar vooruit. Dat ik trauma’s meedroeg uit mijn jeugd, en uit de jeugd van mijn voorouders, die getriggerd zouden worden in het leven dat voor me lag, wist ik toen nog niet.
Onze eerste ervaring van separatie
Ons eerste trauma betreft onze geboorte: de navelstreng wordt doorgesneden en de baby is alleen en afhankelijk. Het ouderlijk huis verlaten is opnieuw geboren worden. Het verlangen naar verbinding en de angst om alleen te zijn vormen een voortzetting van de eerste ervaring van separatie bij onze geboorte, volgens zenmeester Thich Nhat Hanh.
In de groeiringen van een omgekapte boom zien we alle fasen van die boom, en afwijkingen in de dikte en symmetrie van de groeiringen geven een beeld van het leven en de omstandigheden waarin de boom is opgegroeid, zoals ziektes en droogte. Zo dragen wij een baby, een kind, een puber, onze herinneringen, onze ervaringen, onze verwondingen in ons. Als we volwassen zijn, denken we dat we een grote en sterke boom zijn. We hebben de illusie dat we controle hebben en niet meer geraakt kunnen worden. We menen dat we als volwassene reageren. Maar wanneer we getriggerd worden door iets wat doet denken aan vroeger, bijvoorbeeld wanneer er iemand boos op ons wordt, ons verlaat of ons ontslaat, dan spelen al die lagen van herinneringen en ervaringen, onze groeiringen, mee. Zonder dat we ons daar bewust van zijn reageren we vanuit die baby, dat kind of die puber, vanuit een gewond kinddeel.
De innerlijke ouder
Als volwassene hebben we gelukkig ook een innerlijke ouder ontwikkeld, die er voor het (gewonde) kind in ons kan zijn. Onze innerlijke ouder kan kwaliteiten hebben van onze eigen ouders, of van een zorgzame broer, zus, tante of oom, partner, mentor, spirituele leraar of therapeut, of zelfs van een huisdier. Deze innerlijke ouder is een verzameling van de voedende ervaringen die we in ons leven hebben ontvangen: mensen die om ons gaven, ons steunden, onze prestaties aanmoedigden en vierden, ons vertrouwden, begeleidden, confronteerden, en er waren toen we ze echt nodig hadden, wanneer het leven ons slecht behandelde.
Onze innerlijke ouder is als een ouder die de eerste stappen van hun kind bewondert, het kind kalmeert en een verband op de wond legt als het op zijn knieën is gevallen, het kind geruststelt als het wakker wordt uit een nachtmerrie, en aan het bed blijft zitten totdat het weer in slaap valt. De innerlijke ouder is als de grootouder die de tijd heeft om naar het kind te kijken, te luisteren, alleen maar aanwezig te zijn. Het gaat om die onvoorwaardelijke liefde en acceptatie. Het is niet genoeg als je van me houdt als ik succesvol ben, ik moet me geliefd voelen als ik fouten maak. Die innerlijke ouder wenden we vaak aan om voor anderen te zorgen – onze huisdieren, kinderen, partner, vrienden, cliënten, studenten, collega’s, onze eigen ouders – maar het (gewonde) kind in ons onderbewustzijn zijn we vergeten. We willen, durven of kunnen het niet meer zien.
De reis terug naar binnen
In dit boek gaan we de reis terug maken naar de jongvolwassene-in-ons, de puber-in-ons, het kind-in-ons, de baby-in-ons, en naar de voorouders-in-ons en hun kindertijd. Een innerlijke reis die als doel heeft integratie, heling, eenwording, een compleet mens worden, onze ware aard ontdekken. We moeten die reis alleen maken, maar onze innerlijke ouder vergezelt ons. Die weet de weg, kan de weg vragen, of de weg vrijmaken. Ook kunnen we putten uit de kracht en kennis van onze voorouders.
Onderweg komen we vele obstakels tegen. Het kwetsbare kind-in-ons, dat heel bang is. Het boze kind-in-ons, dat zo kwaad is over wat ons is overkomen en over het feit dat we het alleen moeten doen. De veeleisende of straffende ouder-in-ons, die zegt dat we niet goed genoeg zijn, dat we ons moeten schamen en dat het onze schuld is, dat het ons nooit zal lukken. Onze beschermdelen, of overlevingsstrategieën, die vermijden, zich aanpassen en pleasen, of overcompenseren.
De innerlijke ouder luistert naar al deze delen, naar wie ze zijn, wat ze nodig hebben en waar ze ons voor proberen te beschermen. De innerlijke ouder kan ons ertoe aanzetten de stappen te zetten in ons leven die nodig zijn, en kan zowel onze veeleisende en straffende ouderdelen als onze vermijdende, onderdanige en overcompenserende beschermdelen toespreken of vragen of ze een stapje terug willen doen.
‘Nu stop je met vermijden!’, kan de ouder tegen de vermijdende beschermer zeggen, en ‘Ik accepteer het niet dat je met zo’n boze toon spreekt!’ tegen het straffende ouderdeel. Het kan die delen bedanken voor hun bijdrage, maar uitleggen dat we nu volwassen zijn. Het kan ze vragen een andere rol in ons leven te spelen.
Een beweging naar binnen
Parenting ourselves is een beweging naar binnen. Om voor ons gewonde kind te zorgen, hoe klein of groot de littekens ook zijn, moeten we naar huis, naar het eiland van onszelf. We gaan zorgen voor dat in ons wat verzorgd moet worden, we gaan luisteren naar wat in ons roept (of fluistert), we gaan ruimte maken voor wat in de knel is gekomen, we laten weer stromen wat gestagneerd was. Alles wat we aandacht geven groeit.
We voelen de zorgen van de jongvolwassene in ons. We zien de dromen en durf van de puber. We houden het woedende stampvoetende kind liefdevol vast, en we zeggen dat het niet eerlijk was, en wij kunnen het weten want we waren erbij. We bewonderen de peuter die al zo gegroeid is en al zoveel kan. We wiegen de huilende baby in ons, die nog zo kwetsbaar is, totdat die zich veilig voelt. Het is een drukte van belang in onze binnenwereld, het is een hele interne familie, en we heten alle familieleden of delen welkom, ook de onwelkome delen. We nemen de tijd om met ons interne gezin te zijn, want elk gezin heeft family time nodig.
We reizen terug naar onze ouders, die net als wij kwetsbare kinderen zijn geweest en soms ruw behandeld zijn door hun ouders of omgeving. Door de intergenerationele patronen te verkennen, en compassie te voelen met het kind in onze ouders en grootouders, helen we ook onszelf, omdat onze ouders en grootouders in ons doorleven. Ook zij zijn onderdeel van ons innerlijke gezin.
Voor wie is dit boek?
Parenting ourselves integreert schematherapie, interne-familiesysteemtherapie, mindfulness, zelfcompassie, mindful parenting en boeddhisme. De methode is gebaseerd op meer dan veertig jaar ervaring in psychotherapie, gezinstherapie, schematherapie en mindful parenting, mijn recentere ervaringen met het ontwikkelen en geven van de parenting ourselves-retraite, parenting ourselves-training en coaching, en mijn innerlijke reis van de eerste vijfenzestig jaar van mijn leven. Oefeningen en meditaties begeleiden de vijftien hoofdstukken, zodat de lezer de reis zelf kan maken.
Dit boek is voor iedereen die geïnteresseerd is in de eigen psyche en die zichzelf beter wil kennen en begrijpen, die beter voor zichzelf wil zorgen, die wil leren alleen te zijn, die het functioneren in relaties, werk of opvoeding wil verbeteren, die aan klachten zoals angst, depressie, ongecontroleerde of onderdrukte woede, verslaving of trauma wil werken, of aan trekken als perfectionisme, overcontroleren, piekeren, terugtrekken of vluchtigheid, of die zich te klein of te groot maakt. Het is een verdieping en bestendiging van wat deelnemers in de parenting ourselves-retraite of -training leren. Het boek is ook voor hulpverleners die het model van parenting ourselves willen begrijpen en introduceren aan hun cliënten.



