‘Weet jij of er een boek bestaat waarin de schematherapietechnieken beschreven worden? Wij moeten nu steeds technieken in verschillende boeken opzoeken. Dat is echt niet handig!’
Supervisanten en cursisten stelden ons vaak deze vraag en wij begrepen de behoefte aan één boek waarin de technieken helder en duidelijk worden uitgelegd heel goed. Ook als docent, supervisor en ervaren collega leek het ons heel prettig als er zo’n boek zou zijn. Wij hebben dat boek geschreven: één boek waarin we uiteenzetten hoe je doelgericht en methodisch kunt werken met de experiëntiële (ervaringsgerichte) technieken van schematherapie.
Dit artikel is gebaseerd op de inleiding van het boek Basisboek schematherapie door Fieke Bosma en Marjan Schreurs
Doelgericht en methodisch werken met experiëntiële technieken
Met dit boek willen we schematherapeuten leren doelgericht en methodisch te werken. Daartoe verbinden we de experiëntiële, schematherapeutische technieken aan de modi en de beoogde doelen. Je bedenkt eerst welke modus aanwezig is of met welke modus je wilt werken. Vervolgens bepaal je welk doel je wilt bereiken. Vaak zijn er meerdere geschikte technieken om dit doel te bereiken. Je kunt dit boek gebruiken om te bepalen welke techniek je wilt inzetten en hoe je deze moet uitvoeren. Je hoeft niet het hele boek te lezen voor je ermee aan de slag kunt!
De uitwerking van de gekozen experiëntiële technieken vormt de kern van dit boek. We hebben duidelijke stappenplannen en beslisbomen gemaakt waarmee je doelgericht en gestructureerd kunt werken. We geven uitgebreide toelichting bij alle technieken en beschrijven de doelen en de stappenplannen. We gaan steeds uitgebreid in op wat je kunt doen als het niet loopt zoals je verwacht, gebruikmakend van onze eigen methode om doelbewust te interveniëren. We zijn erg blij met de stappenwijzer, waarin de verschillende stappenplannen zijn opgenomen. Je kunt het los van het boek gebruiken om vlak voor de sessie nog even de stappen van de techniek op te zoeken.
Concreet uitgewerkte voorbeelden
De technieken in de stappenplannen en de interventies behorend bij “wat als het anders loopt” worden verhelderd met concrete voorbeelden van wat je als therapeut kunt doen en kan zeggen. In deze voorbeelden gebruiken we de schemataal, omdat dit de manier is waarop je met je patiënten praat. De modi worden gepersonaliseerd, de namen van de oudermodi verwijzen naar het bijbehorende schema en we doen een ‘oefening’ als we naar een techniek verwijzen.
Onze visie op schematherapie
We beginnen dit boek met onze visie op schematherapie. Schematherapie is een therapievorm met elementen uit diverse therapeutische kaders (onder andere cognitieve gedragstherapie, psychodynamische therapie, hechtings- en emotietheorieën). De uitdaging voor de therapeut is om deze complexe therapievorm goed toe te passen als langdurende behandeling van patiënten met complexe problematiek. Voor de patiënt is het ook een uitdagende therapie. Van hem wordt gevraagd dat hij zich openstelt om inzicht in zichzelf te krijgen, contact te maken met pijnlijke emoties en deze te gaan ervaren, en te oefenen met nieuw gedrag.
Het is belangrijk dat er in de therapie gewerkt wordt met een voor de patiënt helder en overzichtelijk model. Het modusmodel met vier modigroepen (Kind, Ouder, Beschermers en Gezonde Volwassene) biedt een goed kader om de therapie samen met de patiënt vorm te geven. Het is voor de meeste patiënten heel begrijpelijk en herkenbaar. We willen dat de patiënt zijn eigen modi begrijpt, weet wat deze doen en waarom ze er zijn. Zo wordt het een persoonlijk modusmodel, passend voor de betreffende patiënt. Het is voor de patiënt niet nodig dat jij als therapeut zijn modi omschrijft in de terminologie van de theorie en de vragenlijsten. Het is belangrijk om je te realiseren dat het modusmodel op zichzelf universeel is: alle mensen hebben een Gezonde Volwassene, Kindmodi, Oudermodi en Beschermers. Hoe de modi er precies uitzien, verschilt per persoon.
Bij het werken met het modusmodel spits je de schematherapeutische taal toe op de modi. De uitspraken van de Oudermodi en de gevoelens van het Kwetsbare Kind geven weer welke schema’s er spelen. De Beschermers tonen hoe de patiënt op de triggering van de schema’s reageert en ermee omgaat. Het is daarbij niet nodig om de schema’s expliciet te benoemen. Schema’s zijn immers onbewust en voor de patiënt minder herkenbaar. Puzzelen met schema’s en coping kan zelfs een ongewenste afstand creëren. Het is wél essentieel dat je zelf de schema’s kent, zodat je weet welke tekorten de patiënt heeft ervaren en wat diegene dus in de behandeling nodig van jou heeft.
Schematherapie als transdiagnostische behandelvorm
Schematherapie is een transdiagnostische behandelvorm. Dit betekent dat de therapie niet is gericht op één specifieke DSM-categorie, maar op onderliggende patronen die bij veel verschillende psychische problemen voorkomen. Schematherapie is breed inzetbaar en effectief over verschillende diagnosegroepen heen. Deze brede inzet geldt ook voor de schematherapeutische technieken. Die zijn immers gericht op het behalen van het doel van schematherapie: de patiënt te helpen zijn jeugdervaringen te verwerken en te leren om vanuit zijn Gezonde Volwassene zijn leven te leiden. Dit betekent dat we ervan uitgaan dat je alle technieken doelgericht kunt inzetten tijdens de behandeling van alle type patiënten.
In schematherapie is de nadruk in de loop der jaren steeds meer komen te liggen op experiëntiële technieken en de therapeutische relatie als werkzame elementen. Uit de veelheid aan experiëntiële technieken hebben we gekozen voor methoden die wij beschouwen als een goede en brede basis voor het werken als schematherapeut. De technieken die betrekking hebben op de therapeutische relatie zijn vooral gericht op gevoel en ervaring. Daarom rekenen wij deze in dit boek ook tot de experiëntiële technieken. Daarnaast speelt in de schematherapie ook het werken met cognitieve en gedragsmatige technieken een belangrijke rol. Deze laten we in dit boek buiten beschouwing, omdat ze doorgaans beter bekend zijn en duidelijk verschillen van de vaak nieuwe en spannende experiëntiële technieken, die bovendien meer persoonlijke inzet van de therapeut vragen.
We besteden aandacht aan technieken binnen de therapeutische relatie, omdat de therapeutische houding in schematherapie anders is dan in andere therapeutische stromingen. In de schematherapeutische houding komt tot uiting hoe je je verhoudt tot de patiënt: hoe je praat, wat je zegt, complimenten die je geeft, je getoonde betrokkenheid en warmte. Daarnaast gebruik je technieken zoals Empathische Confrontatie, Zorgen voor het Kwetsbare Kind en Limit Settingsetting. Dit zijn afgebakende technieken met een duidelijk doel en een aantal stappen die je volgt.
Terminologie
We maken in onze uitleg een onderscheid tussen ‘technieken’ en ‘interventies’. Technieken zijn specifieke, duidelijk afgebakende methodes die je kunt inzetten binnen de therapie. Interventies is een breder begrip: dit omvat alles wat je doet of zegt met een therapeutisch doel. We gebruiken de term interventies daarom vooral wanneer we beschrijven wat je kunt doen als een techniek anders loopt dan verwacht. Daarmee maken we onderscheid tussen het uitvoeren van het stappenplan en de interventies die je kunt inzetten om een techniek bij te sturen.
In dit boek kunnen we uiteraard geen volledig overzicht geven van alle manieren waarop een techniek anders kan verlopen of hoe je daarop kunt reageren. Er zijn nog talloze variaties te bedenken. We denken echter dat onze methode en de bijbehorende opeenvolgende interventies je voldoende houvast bieden om, wanneer een techniek anders verloopt, zelf op een passende manier te handelen.
Wanneer in deze tekst naar de patiënt wordt verwezen, gebruiken we het voornaamwoord ‘hij’; dit kan vanzelfsprekend ook worden gelezen als ‘hen’, ‘zij’ of ‘die.
Tot slot
De visie, kennis en vaardigheden die in dit boek samen komen hebben we flink kunnen aanscherpen door onze ervaringen en ideeën uit te wisselen. Uiteraard zijn ze mede gevormd door onze opleiding en de literatuur die we hebben gelezen. In de literatuurlijst noemen we de boeken die hierin belangrijk zijn geweest en geven we tips om verder te lezen over schematherapie.
Het schrijven van het boek is een bijzondere ervaring voor ons geweest, waarin we erg fijn hebben samengewerkt. Het geheel is meer geworden dan de som der delen!
Lees verder in Basisboek schematherapie
Basisboek schematherapie is een helder en praktisch naslagwerk voor schematherapeuten waarin de belangrijkste technieken van schematherapie overzichtelijk worden gebundeld, met stappenplannen en beslisbomen om doelgericht te werken, ook als een sessie anders loopt dan verwacht. Het boek helpt je technieken te kiezen en uit te voeren binnen het modusmodel en bevat een handige losse stappenwijzer om snel te raadplegen tijdens je werk.




